Europese Commissie geeft goedkeuring voor samenvoeging van indicaties voor nivolumab in het kader van de aanvraag voor Europese marktautorisatie voor Opdivo®

Innovatieve regulatieve benadering maakt de weg vrij voor gelijktijdige beoordeling van nivolumab voor twee indicaties, waardoor het middel sneller voor patiënten beschikbaar kan komen

PRINCETON, NJ--()--Bristol-Myers Squibb Company (NYSE: BMY) heeft vandaag bekendgemaakt dat de Europese Commissie (EC) goedkeuring heeft gegeven voor de samenvoeging van indicaties voor nivolumab in het kader van de aanvraag voor Europese marktautorisatie voor Opdivo. In overeenstemming met de voorschriften van de Europese Commissie, had Bristol-Myers Squibb in een eerder stadium twee afzonderlijke aanvragen voor marktautorisatie ingediend bij het Europese Geneesmiddelenbureau - een onder de naam Opdivo voor de behandeling van niet operatief te verwijderen of metastatisch melanoom bij volwassenen, en een onder de naam Nivolumab BMS voor de behandeling van lokaal gevorderd of metastatisch squameus (SQ) niet-kleincellige longcarcinoom (NSCLC) na voorgaande chemotherapie. Vervolgens werd een aanvraag ingediend om deze twee indicaties samen te voegen onder de merknaam Opdivo.

Na de goedkeuring van beide indicaties door de EC eerder dit jaar, trekt het Bedrijf de marktautorisatie onder de merknaam Nivolumab BMS nu vrijwillig in. Deze intrekking heeft geen gevolgen voor patiënten met SQ NSCLC die nivolumab gebruiken, aangezien Opdivo nu is goedgekeurd voor de behandeling van SQ NSCLC, naast melanoom.

Dr. Mathias Hukkelhoven, senior vice president, hoofd van Global Regulatory, Safety and Biometrics bij Bristol-Myers Squibb, merkt op: “Om Opdivo zo snel mogelijk beschikbaar te maken voor professionele zorgverleners en patiënten, heeft Bristol-Myers Squibb samen met de Europese gezondheidsautoriteiten gewerkt aan een innovatieve regulatieve benadering – een benadering met cruciale focus op snelheid ten behoeve van patiënten in beide patiëntenpopulaties. We hebben twee afzonderlijke aanvragen voor marktautorisatie ingediend voor de indicaties gevorderd melanoom en squameus niet-kleincellig longcarcinoom voor parallelle beoordeling. Nu de Europese Commissie goedkeuring heeft verleend voor zowel Opdivo als Nivolumab BMS, hebben we deze indicaties samengevoegd onder de merknaam Opdivo.”

Hoewel de naam verschilt, zijn Nivolumab BMS en Opdivo hetzelfde immuno-oncologische middel, goedgekeurd bij dezelfde dosering en hetzelfde toedieningsregime. Nivolumab BMS is momenteel op de markt gebracht in enkele landen van de Europese Unie. Patiënten met squameus niet-kleincellig longcarcinoom die momenteel worden behandeld met Nivolumab BMS worden automatisch overgezet naar Opdivo wanneer Nivolumab BMS niet meer verkrijgbaar is in hun land. Patiënten of professionele zorgverleners die verder nog vragen hebben over de intrekking of samenvoeging, kunnen contact opnemen met Bristol-Myers Squibb Medical Information.

Over Opdivo

Bristol-Myers Squibb beschikt over een breed, wereldwijd ontwikkelingsprogramma voor het onderzoek naar Opdivo bij meerdere tumortypen, bestaande uit meer dan 50 onderzoeken – als monotherapie of in combinatie met andere therapieën – waarvoor wereldwijd meer dan 8000 patiënten zijn ingeschreven. Opdivo is de eerste PD-1 immune checkpoint inhibitor ter wereld waarvoor regulatieve goedkeuring is verkregen, in juli 2014. Tot dit moment is regulatieve goedkeuring verkregen in 40 landen, waaronder de Verenigde Staten en Japan en in de Europese Unie.

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE

WAARSCHUWING: DOOR HET IMMUUNSYSTEEM TEWEEGGEBRACHTE BIJWERKINGEN

YERVOY kan ernstige en fatale door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen veroorzaken. Deze door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen kunnen zich voordoen bij alle orgaanstelsels. De meest gangbare door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen zijn echter enterocolitis, hepatitis, dermatitis (met inbegrip van toxische epidermale necrolyse), neuropathie en endocrinopathie. Het merendeel van deze door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen deed zich in eerste instantie voor tijdens de behandeling. In een minderheid van de gevallen, deden de bijwerkingen zich echter pas weken of maanden na het stoppen van de behandeling met YERVOY voor.

Evalueer patiënten op tekenen en symptomen van enterocolitis, dermatitis, neuropathie en endocrinopathie en voer klinische scheikundige onderzoeken uit, waaronder een leverfunctietest (LFT), meting van het adrenocorticotropisch hormoon (ACTH) niveau, en een schildklierfunctietest, zowel op baseline als voorafgaande aan elke dosering.

Staak de toediening van YERVOY definitief en start een systemische corticosteroïdetherapie met hoge dosis in geval van ernstige door het immuunsysteem teweeggebrachte reacties.

Door het immuunsysteem teweeggebrachte pneumonitis

Door het immuunsysteem teweeggebrachte pneumonitis of interstitiële longziekte, met inbegrip van fatale gevallen, hebben zich voorgedaan bij behandeling met OPDIVO. Tijdens klinische onderzoeken met vaste tumoren, heeft zich fatale door het immuunsysteem teweeggebrachte pneumonitis voorgedaan bij behandeling met OPDIVO. Tijdens Checkmate 069 overleden zes patiënten aan abnormale respiratoire verschijnselen die niet konden worden verholpen. Let bij patiënten op tekenen en symptomen van pneumonitis door middel van radiografische beeldverwerving. Dien corticosteroïden toe bij pneumonitis van ernstgraad 2 of hoger. De behandeling permanent stopzetten bij ernstgraad 3 of 4 en opschorten bij ernstgraad 2 totdat verbetering optreedt. Tijdens Checkmate 037 trad pneumonitis, met inbegrip van interstitiële longziekte, op bij 3,4% (9/268) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij geen van de 102 patiënten die chemotherapie kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte pneumonitis trad op bij 2,2% (6/268) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 3 (n=1) en ernstgraad 2 (n=5). Tijdens Checkmate 057 trad door het immuunsysteem teweeggebrachte pneumonitis, met inbegrip van interstitiële longziekte, op bij 3,4% (10/287) van de patiënten op: ernstgraad 3 (n=5), ernstgraad 2 (n=2) en ernstgraad 1 (n=3). Tijdens Checkmate 025 trad pneumonitis, met inbegrip van interstitiële longziekte, op bij 5,2% (21/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij 18,4% (73/397) van de patiënten die everolimus kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte pneumonitis trad op bij 4,4% (18/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 4 (n=1), ernstgraad 3 (n=4), ernstgraad 2 (n=12) en ernstgraad 1 (n=1). Tijdens Checkmate 069 trad pneumonitis, met inbegrip van interstitiële longziekte, op bij 10% (9/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY en bij 2,2% (1/46) van de patiënten die YERVOY kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte pneumonitis trad op bij 6% (6/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY: ernstgraad 5 (n=1), ernstgraad 3 (n=2) en ernstgraad 2 (n=3).

Door het immuunsysteem teweeggebrachte colitis

Tijdens de behandeling met OPDIVO kan door het immuunsysteem teweeggebrachte colitis optreden. Let bij patiënten op tekenen en symptomen van colitis. Dien corticosteroïden toe bij colitis van ernstgraad 2 (gedurende meer dan 5 dagen), 3 of 4. Bij toediening als enig middel, de toediening van OPDIVO opschorten bij colitis van ernstgraad 2 of 3 en permanent beëindigen bij colitis van ernstgraad 4 of terugkerende colitis na het opnieuw starten van OPDIVO. Bij toediening in combinatie met YERVOY, de toediening van OPDIVO opschorten bij colitis van ernstgraad 2 en permanent beëindigen bij colitis van ernstgraad 3 of 4 of terugkerende colitis na het opnieuw starten van OPDIVO. Tijdens Checkmate 037 trad diarree en colitis op bij 21% (57/268) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij 18% (18/102) van de patiënten die chemotherapie kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte colitis trad op bij 2,2% (6/268) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend; ernstgraad 3 (n=5) en ernstgraad 2 (n=1). Tijdens Checkmate 057 trad diarree en colitis op bij 17% (50/287) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte pneumonitis trad op bij 2,4% (7/287) van de patiënten: ernstgraad 3 (n=3), ernstgraad 2 (n=2) en ernstgraad 1 (n=2). Tijdens Checkmate 025 trad diarree en colitis op bij 25% (100/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij 32% (126/397) van de patiënten die everolimus kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte diarree of colitis trad op bij 3,2% (13/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 3 (n=5), ernstgraad 2 (n=7) en ernstgraad 1 (n=1). Tijdens Checkmate 069 trad diarree of colitis op bij 57% (54/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY en bij 46% (21/46) van de patiënten die YERVOY kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte colitis trad op bij 33% (31/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY: ernstgraad 4 (n=1), ernstgraad 3 (n=16), ernstgraad 2 (n=9) en ernstgraad 1 (n=5).

In een afzonderlijke fase 3 onderzoek naar YERVOY 3 mg/kg, trad ernstige, levensbedreigende of fatale (diarree van ≥7 ontlastingen boven baseline, koorts, ileus, peritoneale tekenen; ernstgraad 3-5) door het immuunsysteem teweeggebrachte enterocolitis op bij 34 (7%) patiënten. Van alle patiënten die YERVOY kregen toegediend in dat onderzoek (n=511), trad bij 5 patiënten (1%) darmperforatie op, overleden 4 patiënten (0,8%) als gevolg van complicaties en werden 26 patiënten (5%) in het ziekenhuis opgenomen voor ernstige enterocolitis.

Door het immuunsysteem teweeggebrachte hepatitis

Tijdens de behandeling met OPDIVO kan door het immuunsysteem teweeggebrachte hepatitis optreden. Let bij patiënten op afwijkende resultaten van levertesten voor en zo nu en dan tijdens de behandeling. Dien corticosteroïden bij transaminaseverhoging van ernstgraad 2 of hoger. De behandeling opschorten bij door het immuunsysteem teweeggebrachte hepatitis van ernstgraad 2 en permanent beëindigen bij ernstgraad 3 of 4. Tijdens Checkmate 037 trad een verhoogde incidentie op van afwijkingen bij de levertest in de groep de werd behandeld met OPDIVO in vergelijking met de groep die werd behandeld met chemotherapie, met toenames in AST (28% vs 12%), alkaline fosfatase (22% vs 13%), ALT (16% vs 5%) en totale bilirubine (9% vs 0). Door het immuunsysteem teweeggebrachte hepatitis trad op bij 1,1% (3/268) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend; ernstgraad 3 (n=2) en ernstgraad 2 (n=1). Tijdens Checkmate 057 trad bij één patiënt (0,3%) door het immuunsysteem teweeggebrachte hepatitis op. Tijdens Checkmate 025 trad een verhoogde incidentie op van afwijkingen bij de levertest in de groepen de werden behandeld met OPDIVO en everolimus ten opzichte van baseline, met toenames in AST (respectievelijk 33% en 39%), alkaline fosfatase (respectievelijk 32% en 32%), ALT (respectievelijk 22% en 31%) en totale bilirubine (respectievelijk 9% en 3%). Door het immuunsysteem teweeggebrachte hepatitis die systemische immunosuppressie vereiste trad op bij 1,5% (6/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 3 (n=5) en ernstgraad 2 (n=1). Tijdens Checkmate 069 trad door het immuunsysteem teweeggebrachte hepatitis op bij 15% (14/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY: ernstgraad 4 (n=3), ernstgraad 3 (n=9) en ernstgraad 2 (n=2).

In een afzonderlijk fase 3 onderzoek naar YERVOY 3 mg/kg, trad ernstige, levensbedreigende of fatale hepatotoxiciteit (AST- of ALT-verhoging >5x de ULN of totale bilirubineverhoging >3x de ULN; ernstgraad 3-5) op bij 8 (2%) patiënten, met fataal hepatisch falen bij 0,2% en ziekenhuisopname bij 0,4%.

Door het immuunsysteem teweeggebrachte dermatitis

In een afzonderlijke fase 3 onderzoek naar YERVOY 3 mg/kg, trad ernstige, levensbedreigende of fatale door het immuunsysteem teweeggebrachte dermatitis (bijvoorbeeld Stevens-Johnson-syndroom, toxische epidermale necrolyse, of huiduitslag gecompliceerd door dermale ulcervorming van volledige dikte, of necrotische, bulleuze, of hemorrhagische verschijnselen; ernstgraad 3-5) op bij 13 (2,5%) patiënten. 1 (0,2%) patiënt overleed als gevolg van toxische epidermale necrolyse. 1 andere patiënt moet in het ziekenhuis worden opgenomen voor ernstige dermatitis.

Door het immuunsysteem teweeggebrachte neuropathieën

In een afzonderlijk fase 3 onderzoek naar YERVOY 3 mg/kg werden 1 geval van fataal Guillain-Barré-syndroom en 1 geval van ernstige (ernstgraad 3) perifere motorische neuropathie gemeld.

Door het immuunsysteem teweeggebrachte endocrinopathieën

Hypofysitis, adrenale insufficiëntie, schildklierstoornissen en diabetes type I kunnen optreden bij behandeling met OPDIVO. Let bij patiënten op tekenen en symptomen van hypofysitis, tekenen en symptomen van adrenale insufficiëntie tijdens en na behandeling, schildklierfunctie voor en zo nu en dan tijdens behandeling, en hyperglykemie. Dien corticosteroïden toe bij colitis van ernstgraad 2 of hoger. De behandeling opschorten bij hypofysitis van ernstgraad 2 of 3 en permanent beëindigen bij hypofysitis van ernstgraad 4. Dien corticosteroïden bij adrenale insufficiëntie van ernstgraad 3 of 4. De behandeling opschorten adrenale insufficiëntie van ernstgraad 2 en permanent beëindigen bij ernstgraad 3 of 4. Dien hormoonvervangende therapie toe voor hypothyreoïdie. Zet medisch beheer in gang voor de beheersing van hyperthyreoïdie. Dien insuline toe voor diabetes type I. De behandeling met OPDIVO opschorten bij hyperglykemie van ernstgraad 2 of 3 en permanent beëindigen bij hyperglykemie van ernstgraad 4.

Tijdens Checkmate 025 trad hypofysitis op bij 0,5% (2/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 3 (n=1) en ernstgraad 1 (n=1). Tijdens Checkmate 069 trad hypofysitis op bij 13% (12/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY: ernstgraad 3 (n=2) en ernstgraad 2 (n=10). Tijdens Checkmate 037 en 057 (n=555) trad adrenale insufficiëntie op bij 1% van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. Tijdens Checkmate 025 trad adrenale insufficiëntie op bij 2% (8/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 3 (n=3), ernstgraad 2 (n=4) en ernstgraad 1 (n=1). Tijdens Checkmate 069 trad adrenale insufficiëntie op bij 9% (8/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY: ernstgraad 3 (n=3), ernstgraad 2 (n=4) en ernstgraad 1 (n=1). Tijdens Checkmate 037 trad hypothyreoïdie van ernstgraad 1 of 2 op bij 8% (21/268) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij geen van de 102 patiënten die chemotherapie kregen toegediend. Hyperthyreoïdie van ernstgraad 1 of 2 trad op bij 3% (8/268) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij 1% (1/102) van de patiënten die chemotherapie kregen toegediend. Tijdens Checkmate 057 trad hypothyreoïdie van ernstgraad 1 of 2, met inbegrip van thyreoïditis, op bij 7% (20/287) en TSH-verhoging bij 17% van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. Hyperthyreoïdie van ernstgraad 1 of 2 trad op bij 1,4% (4/287) van de patiënten. Tijdens Checkmate 025 trad schildklierziekte op bij 43/406 (10,6%) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend, met inbegrip van één geval met ernstgraad 3, en bij 12/397 (3,0%) van de patiënten die everolimus kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte hypothyreoïdie/thyreoïditis trad op bij 8,1% (33/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 3 (n=2), ernstgraad 2 (n=17) en ernstgraad 1 (n=14). Hyperthyreoïdie trad op bij 2,5% (10/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 2 (n=5) en ernstgraad 1 (n=5). Tijdens Checkmate 069 trad hypothyreoïdie op bij 19% (18/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY: In alle gevallen betrof dit ernstgraad 1 of 2, uitgezonderd 1 patiënt waarbij auto-immune thyreoïditis van ernstgraad 3 optrad. Hyperthyreoïdie van ernstgraad 1 trad op bij 2,1% (2/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY: Tijdens Checkmate 025 traden hyperglykemische bijwerkingen op bij 37/406 (9%) patiënten. Diabetes mellitus of diabetische ketoacidose trad op bij bij 1% (6/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 3 (n=3), ernstgraad 2 (n=2) en ernstgraad 1 (n=1).

Tijdens een afzonderlijk fase 3 onderzoek naar YERVOY 3 mg/kg, traden ernstige tot levensbedreigende door het immuunsysteem teweeggebrachte endocrinopathieën (die ziekenhuisopname of urgente medische interventie vereisten, of die alledaagse activiteiten verstoorden; ernstgraad 3-4) op bij 9 (1,8%) patiënten. Bij alle 9 patiënten trad hypopituïtarisme op, en bij sommige aanvullende concomitante endocrinopathieën, zoals adrenale insufficiëntie, hypogonadisme en hypothyreoïdie. 6 van de 9 patiënten werden in het ziekenhuis opgenomen wegens ernstige endocrinopathieën.

Door het immuunsysteem teweeggebrachte nefritis en renale dysfunctie

Tijdens de behandeling met OPDIVO kan door het immuunsysteem teweeggebrachte nefritis optreden. Let bij patiënten op verhoging van de creatininespiegel in het bloed voor en zo nu en dan tijdens de behandeling. Bij verhoging van de creatininespiegel in het bloed van ernstgraad 2 of 3 de behandeling opschorten en corticosteroïden toedienen; indien verslechtering of geen verbetering optreedt, de behandeling permanent beëindigen. Bij verhoging van de creatininespiegel in het bloed van ernstgraad 4 corticosteroïden toedienen en de behandeling permanent beëindigen. Tijdens Checkmate 037 trad een verhoogde incidentie op van verhoogde creatininespiegel in de groep die werd behandeld met OPDIVO in vergelijking met de groep die werd behandeld met chemotherapie (13% vs 9%). Door het immuunsysteem teweeggebrachte nefritis of renale dysfunctie van ernstgraad 2 of 3 trad op bij 0,7% (2/268) van de patiënten. Tijdens Checkmate 057 trad door het immuunsysteem teweeggebrachte renale dysfunctie op bij 0,3% (1/287) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. Tijdens Checkmate 025 trad renaal letsel op bij 6,6% (27/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij 3,0% (12/397) van de patiënten die everolimus kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte nefritis en renale dysfunctie traden op bij 3,2% (13/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 5 (n=1), ernstgraad 4 (n=1), ernstgraad 3 (n=5) en ernstgraad 2 (n=6). Tijdens Checkmate 069 traden door het immuunsysteem teweeggebrachte nefritis of renale dysfunctie van ernstgraad 2 of hoger op bij 2,1% (2/94) van de patiënten. Een patiënt overleed aan renale dysfunctie die niet kon worden verholpen.

Door het immuunsysteem teweeggebrachte huiduitslag

Tijdens de behandeling met OPDIVO kan door het immuunsysteem teweeggebrachte huiduitslag optreden. Ernstige huiduitslag (met inbegrip van zeldzame gevallen van fatale toxische epidermale necrolyse) trad op tijdens het klinische programma van OPDIVO. Let bij patiënten op huiduitslag. Dien corticosteroïden toe bij huiduitslag van ernstgraad 3 of 4. De behandeling opschorten bij ernstgraad 3 en permanent beëindigen bij ernstgraad 4. Tijdens Checkmate 037 (n=268) bedroeg de incidentie van huiduitslag 21%; de incidentie van huiduitslag van ernstgraad 3 of 4 bedroeg 0,4%. Tijdens Checkmate 057 trad door het immuunsysteem teweeggebrachte huiduitslag op bij 6% (17/287) van patiënten die OPDIVO kregen toegediend, waaronder vier gevallen van ernstgraad 3. Tijdens Checkmate 025 trad huiduitslag op bij 28% (112/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij 36% (143/397) van de patiënten die everolimus kregen toegediend. Door het immuunsysteem teweeggebrachte huiduitslag, gedefinieerd als huiduitslag behandeld met systemische of plaatselijke corticosteroïden, trad op bij 7,4% (30/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend: ernstgraad 3 (n=4), ernstgraad 2 (n=7) en ernstgraad 1 (n=19). Tijdens Checkmate 069 trad door het immuunsysteem teweeggebrachte huiduitslag op bij 37% (35/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY: ernstgraad 3 (n=6), ernstgraad 2 (n=10) en ernstgraad 1 (n=19).

Door het immuunsysteem teweeggebrachte encefalitis

Tijdens de behandeling met OPDIVO kan door het immuunsysteem teweeggebrachte encefalitis optreden. De toediening van OPDIVO opschorten bij patiënten matige tot ernstige neurologische tekenen of symptomen beginnen voor te doen en een evaluatie uitvoeren om andere oorzaken te elimineren. Indien andere etiologieën zijn uitgesloten, corticosteroïden toedienen en de toediening van OPDIVO wegens door het immuunsysteem teweeggebrachte encefalitis permanent beëindigen. Tijdens klinische onderzoeken onder 8490 patiënten die OPDIVO kregen toegediend als enig middel of in combinatie met YERVOY, werd bij <1% van de patiënten encefalitis vastgesteld. Tijdens Checkmate 057 trad fatale limbische encefalitis op bij één patiënt (0,3%) die OPDIVO kreeg toegediend.

Overige door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen

Op basis van de ernst van de bijwerkingen, de behandeling opschorten of permanent beëindigen, corticosteroïden toedienen in hoge dosering, en, indien passend, hormoonvervangende therapie in gang zetten. De volgende klinisch significatie door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen traden op bij <2% van de patiënten die werden behandeld met OPDIVO als enig middel: uveïtis, pancreatitis, parese van de nervus abducens, demyelinatie, polymyalgia rheumatica, autoimmune neuropathie en systemisch inflammatoir responssyndroom. Tijdens de klinische onderzoeken waarbij OPDIVO werd toegediend als enig middel bij een dosering van 3 mg/kg en 10 mg/kg werden aanvullende klinisch significante door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen vastgesteld: paralyse van gezichtszenuwen, motorische dysfunctie, vasculitis en myasthenisch syndroom. Tijdens Checkmate 069 traden de volgende aanvullende door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen op bij 1% van de patiënten die werden behandeld met OPDIVO in combinatie met YERVOY: Guillain-Barré-syndroom en hypopituïtarisme. Tijdens klinische onderzoeken naar OPDIVO in combinatie met YERVOY, werden de volgende aanvullende klinisch significante, door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen vastgesteld: uveïtis, sarcoïdose, duodenitis, pancreatitis en gastritis.

Infuusreacties

Tijdens klinische onderzoeken naar OPDIVO als enig middel zijn ernstige infuusreacties gemeld bij <1% van de patiënten. De toediening van OPDIVO beëindigen bij patiënten met infuusreacties van ernstgraad 3 of 4. De toediening onderbreken of de infuussnelheid verlagen bij patiënten met infuusreacties van ernstgraad 1 of 2. Tijdens Checkmate 057 traden infuusreacties op bij 1% (3/287) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. Tijdens Checkmate 025 traden overgevoeligheid/infuusgerelateerde reacties op bij 6,2% (25/406) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend en bij 1,0% (4/397) van de patiënten die everolimus kregen toegediend. Tijdens Checkmate 069 traden infuusreacties van ernstgraad 2 op bij 3% (3/94) van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY.

Embryofoetale toxiciteit

Als gevolg van de wijze waarop OPDIVO en YERVOY werken, kan schade worden toegebracht aan de foetus bij toediening aan zwangere vrouwen. Informeer zwangere vrouwen van het potentiële risico voor de foetus. Adviseer vrouwen die zwanger zouden kunnen raken gebruik te maken van effectieve anticonceptie gedurende een behandelingsregime waarin OPDIVO of YERVOY is opgenomen, en gedurende ten minste 5 maanden na de laatste toediening van OPDIVO.

Borstvoeding

Het is niet bekend of OPDIVO of YERVOY aanwezig is in moedermelk. Adviseer vrouwen borstvoeding te staken tijdens behandeling, aangezien veel geneesmiddelen, met inbegrip van antilichamen, worden uitgescheiden in moedermelk, en gelet op de mogelijkheid van ernstige bijwerkingen bij zuigelingen als gevolg van een regime waarin OPDIVO is opgenomen. Adviseer vrouwen borstvoeding te staken tijdens de behandeling met YERVOY en gedurende 3 maanden na de laatste toediening.

Ernstige bijwerkingen

Tijdens Checkmate 037 traden ernstige bijwerkingen op bij 41% van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. Bijwerkingen van ernstgraad 3 en 4 traden op bij 42% van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. De meest frequente bijwerkingen van ernstgraad 3 en 4, gemeld bij 2% tot <5% van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend, waren buikpijn, hyponatremie, verhoogde aspartaataminotransferase, en verhoogde lipase. Tijdens Checkmate 057 traden ernstige bijwerkingen op bij 47% van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. De meest frequente ernstige bijwerkingen, gemeld bij ≥2% van de patiënten, waren longontsteking, pulmonair embolisme, dyspneu, pleurale effusie en respiratoir falen. Tijdens Checkmate 025 traden ernstige bijwerkingen op bij 47% van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend. De meest frequente ernstige bijwerkingen, gemeld bij ten minste 2% van de patiënten, waren acuut nierletsel, pleurale effusie, longontsteking, diarree en hypercalcemie. Tijdens Checkmate 069 traden ernstige bijwerkingen op bij 62% van de patiënten die OPDIVO kregen toegediend; de meest frequente ernstige bijwerkingen bij OPDIVO in combinatie met YERVOY, in vergelijking met alleen YERVOY, waren colitis (17% vs 9%), diarree (9% vs 7%), pyrexie (6% vs 7%), en pneumonitis (5% vs 0).

Veel voorkomende bijwerkingen

Tijdens Checkmate 037 was de meest voorkomende bijwerking (≥20%) die werd gemeld bij OPDIVO huiduitslag (21%). Tijdens Checkmate 057, waren de meest voorkomende bijwerkingen (≥20%) die werden gemeld bij OPDIVO vermoeidheid (49%), musculoskeletale pijn (36%), hoesten (30%), verminderde eetlust (29%) en constipatie (23%). Tijdens Checkmate 025 waren de meest voorkomende bijwerkingen (≥20%) die werden gemeld bij patiënten die OPDIVO kregen toegediend in vergelijking met everolimus asthenische condities (56% vs 57%), hoesten (34% vs 38%), misselijkheid (28% vs 29%), huiduitslag (28% vs 36%), dyspneu (27% vs 31%), diarree (25% vs 32%), constipatie (23% vs 18%), verminderde eetlust (23% vs 30%), rugpijn (21% vs 16%) en arthralgie (20% vs 14%). Tijdens Checkmate 069 waren de meest voorkomende bijwerkingen (≥20%) gemeld bij patiënten die OPDIVO kregen toegediend in combinatie met YERVOY in vergelijking met alleen YERVOY huiduitslag (67% vs 57%), pruritus (37% vs 26%), hoofdpijn (24% vs 20%), braken (23% vs 15%) en colitis (22% vs 11%).

Tijdens een afzonderlijk fase 3 onderzoek naar YERVOY 3 mg/kg, waren de meest voorkomende bijwerkingen (≥5%) bij patiënten die YERVOY kregen toegediend bij een dosering van 3 mg/kg vermoeidheid (41%), diarree (32%), pruritus (31%), huiduitslag (29%) en colitis (8%).

Raadpleeg de volledige Amerikaanse voorschriftinformatie voor OPDIVO en YERVOY met inbegrip van de WAARSCHUWING voor YERVOY betreffende door het immuunsysteem teweeggebrachte bijwerkingen.

Over de samenwerking tussen Bristol-Myers Squibb en Ono Pharmaceutical

In 2011 breidde Bristol-Myers Squibb door middel van een samenwerkingsovereenkomst met Ono Pharmaceutical Co. haar territoriale rechten voor het ontwikkelen en op de markt brengen van Opdivo uit tot alle delen van de wereld, behalve Japan, Zuid-Korea en Taiwan, waar Ono op dat moment alle rechten met betrekking tot de samenstelling behield. Op 23 juli 2014 breidden Bristol-Myers Squibb en Ono Pharmaceutical de strategische samenwerkingsovereenkomst van de bedrijven v3erder ten behoeve van de gemeenschappelijke ontwikkeling en commercialisatie van meervoudige immunotherapieën – als monotherapie en als combinatieregimes – voor kankerpatiënten in Japan, Zuid-Korea en Taiwan.

Over Bristol-Myers Squibb

Bristol-Myers Squibb is een internationaal biofarmaceutisch bedrijf met als missie de ontdekking, ontwikkeling en realisering van innovatieve geneesmiddelen die patiënten kunnen helpen ernstige ziekten te overwinnen. Meer informatie over Bristol-Myers Squibb: www.bms.com. Volg ons op Twitter: http://twitter.com/bmsnews.

Uitspraken met betrekking tot de toekomst van Bristol-Myers Squibb

Dit persbericht bevat uitspraken met betrekking tot de toekomst ("forward-looking statements") zoals die term gedefinieerd wordt in de Private Securities Litigation Reform Act van 1995 betreffende het onderzoek naar en de ontwikkeling en het op de markt brengen van farmaceutische producten. Dergelijke uitspraken met betrekking tot de toekomst zijn gebaseerd op de verwachtingen van dit moment. Hieraan zijn risico's en onzekerheden verbonden, met inbegrip van factoren die vertragingen, verschuivingen of veranderingen van de verwachtingen kunnen veroorzaken en die ertoe zouden kunnen leiden dat daadwerkelijke uitkomsten en resultaten wezenlijk afwijken van de huidige verwachtingen. Uitspraken met betrekking tot de toekomst kunnen niet worden gegarandeerd. De uitspraken met betrekking tot de toekomst in dit persbericht dienen te worden geëvalueerd rekening houdend met de vele onzekerheden die zijn verbonden aan de zakelijke activiteiten van Bristol-Myers Squibb, met name de onzekerheden doe worden vermeld in de bespreking van risicofactoren in het jaarrapport van Bristol-Myers Squibb op Formulier 10-K voor het jaar eindigend op 31 december 2014, in ons kwartaalrapport op Formulier 10-Q en ons actuele rapport op Formulier 8-K. Bristol-Myers Squibb neemt niet de verplichting op zich gedane uitspraken met betrekking tot de toekomst te actualiseren in verband met nieuwe informatie, gebeurtenissen in de toekomst of andere redenen.

Deze bekendmaking is officieel geldend in de originele brontaal. Vertalingen zijn slechts als leeshulp bedoeld en moeten worden vergeleken met de tekst in de brontaal, welke als enige rechtsgeldig is.

Contacts

Media:
Chrissy Trank, 609-419-5497, christina.trank@bms.com
Beleggers:
Ranya Dajani, 609-252-5330, ranya.dajani@bms.com
Bill Szablewski, 609-252-5864, william.szablewski@bms.com

Contacts

Media:
Chrissy Trank, 609-419-5497, christina.trank@bms.com
Beleggers:
Ranya Dajani, 609-252-5330, ranya.dajani@bms.com
Bill Szablewski, 609-252-5864, william.szablewski@bms.com